Berusting

‘Het is kanker,’ zeg ik. Hij zit overeind in het bed en kijkt me aan. Vanwege zijn ademnood en algehele zwakte vindt dit gesprek hier plaats, op een plek die er eigenlijk niet geschikt voor is. Kanker in de mondholte. Een operatie zou zo’n tien uur duren, daarvoor is hij veel te zwak. We kunnen alleen symptomen behandelen, pijn bijvoorbeeld, maar de ziekte niet.

Het zijn verschrikkelijke gesprekken om te voeren. Syöpä, het Finse woord voor kanker, stamt af van syödä, eten. Je wordt van binnenuit opgegeten. Hoop kan ik hem niet bieden, er is niets dat hem kan redden. Ondanks onze technologische vooruitgang en de enorme stappen die de geneeskunde heeft gemaakt, sta ik met lege handen tegenover de ziekte van deze rendierman, die zijn hele leven lang loodzwaar werk heeft verricht. Het afgelopen jaar vielen zijn tanden er een voor een uit, maar tijd om naar de tandarts te gaan had hij niet. Geld trouwens ook niet. De pijn in zijn mond, die steeds heviger werd, had hij doorstaan. Gezien zijn conditie is het niet voor te stellen, maar tot vorige week was hij nog met zijn dieren in de weer geweest, tot hij flauwviel voor het oog van een buurman en met een ambulance op de eerste hulp werd afgeleverd. En nu ontneem ik hem alles in een paar woorden.

Hij zucht eens en knippert met zijn ogen. Minutenlang zeggen we beiden geen woord. Heeft hij wel begrepen hoe ernstig de situatie is? schiet het door me heen. De tien meter naar de wc zijn hem al te zwaar. Spoedig zal alles voorbij zijn.

‘Het spijt me,’ zeg ik, en ik leg een hand op zijn schouder.

Aan zijn gezicht zie ik dat hij breekt. Die hand op zijn schouder zegt hem meer dan de woorden ‘kanker’, en ‘onbehandelbaar’.

Maar dan slikt hij, en kijkt hij op. ‘Kaikki, mitä elämässä tulee vastaan, on otettava vastaan.’ De dingen op ons levenpad, daar kun je niet omheen.

Share on your network:
Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *