Een mooie dood

Twee weken geleden waren de kruipbramen op hun best, vorige week de zwarte bosbessen, en nu is het nog een paar dagen wachten op de rode bosbes. Wonderlijk, hoe georkestreerd alles tot bloei en wasdom komt. Ook de herfst, ja, want hoewel we nog net in augustus leven zijn de voortekens er al: de lijsterbes met zijn glansloze rode trossen, de berk met zijn okergele blad. En als ik door de moerassen dwaal, met laarzen die slurpend de bodem zoenen, lijkt de Lapse zomer al wel voorbij. De mossen zijn oranje en rood, er is geen vogel meer te horen. Toch hebben de kleuren nu nog wat feestelijks, nog niet dat melancholische van september of oktober. Het is of ik door een kunsthal loop, een ontzaglijke hal waar alle kunstwerken tot in de kleinste details zijn uitgewerkt en samen een reusachtig geheel vormen, dat ongemerkt maar onmiskenbaar een metamorfose doormaakt, van de kiem naar de dood.

Plots vallen er druppels uit de wolken die zojuist nog van zilver leken, en met de regen wordt alles om me heen net een tint donkerder. Aan de andere kant van het moeras beland ik op een pad, en als de bui steviger wordt, schuil ik onder een katwilg. De euforie van daarstraks, ingegeven door de kleuren van het moeras, verandert in een soort droefheid, maar dan een lichte variant ervan, een droefheid die aan gelukzaligheid grenst. Ik denk aan Paavo Ahrola in het boek Miehen tie (De weg van een man) van Frans Emil Sillanpää, uit de jaren dertig. Paavo Ahrola, voor wie de liefde zwaarder was dan de dood van vrouw en kind. En waarom zou hij niet gelijk hebben, denk ik als de regen is opgehouden. Wegen wij de dood niet veel te zwaar? Natuurlijk is het verdrietig om iemand te verliezen, maar als het nu om jezelf gaat: waarom vrezen we het einde? Niet-leven is toch geen lijden, we hebben toch ook geen slechte herinneringen aan de tijd voordat we leefden?

Kan het overlijden ook mooi zijn? Die vraag houdt me bezig als ik terugwandel naar huis. Want dat is hoe de Skolt-Sami (een Laps volk) dachten over de dood, althans, dat schreef Robert Crottet meer dan zestig jaar geleden in de inleiding van zijn bundel van Lapse volksvertellingen Betoverde bossen (oorspronkelijke titel: Forêts de la lune). Voor de Skolt-Lappen bestonden toen geen vaste grenzen tussen dit leven en dat aan gene zijde. Na het overlijden zou je alleen maar dieper doordringen in de geheimen van een betoverd bos. Het noorderlicht was de dans van de overledenen, die daarmee de poolnacht van de levenden verlichtten.

Dat het leven heilig is en de dood zo’n beetje het ergste wat er bestaat, is een westers idee. Jaren geleden werkte ik in een tropenziekenhuisje in Malawi. Dagelijks overleden jonge kinderen overleden aan ondervoeding of malaria. De moeders waren sterk en lieten zich door de dood van hun kind niet uit het lood slaan. Ik vroeg vrouwen die rondom de bevalling waren opgenomen naar hun sociaaleconomische omstandigheden. De meeste theeplukkersgezinnen moesten rondkomen van zo’n tien euro per maand en vragen naar aantallen van doorgemaakte zwangerschappen, bevallingen en levende kinderen vaak verschillende antwoorden op. Eens legde ik de vragenlijst naast me neer en vroeg ik een patiënte beduusd wat het ergste was dat haar kon overkomen. ‘Dat ons huis door brand wordt verwoest,’ antwoordde ze nadat ze zich even op de vraag had bezonnen. Toen ik haar vroeg of dat erger was dan haar kind verliezen, antwoordde ze dat ze in dat geval opnieuw zwanger kon worden, dus zo erg was dat niet.

Voor artsen is het overlijden zo een beetje de hardste eindmaat die er is. Ons handelen is er vaak op gericht om het overlijden een stukje vooruit te schuiven. De enorme vooruitgang van de medische wetenschap en daarmee onze levensverwachting zette in tegen het einde van de negentiende eeuw, toen Nietzsche’s Zarathustra verkondigde dat God dood was. Dat heeft ongetwijfeld met elkaar te maken, want God’s dood luidde ons individualistische tijdsperk in, de mens moest een levenskunstenaar worden. Het leven werd ons heiligste goed.

Toch geloof ik niet dat het leven eren inhoudt dat we de dood moeten verafschuwen. Nee, de grootste levenskunstenaar maakt van zijn dood een feestje. Tot dat besef kom ik als ik, bijna thuisgekomen, een bloem aantref die in haar bloei gestorven lijkt. Ook de dood kan mooi zijn.

Bloeiende dood, Rovaniemi 2017.
(c) Thijs Feuth
Share on your network:
Share

2 thoughts on “Een mooie dood

  • 7 September, 2017 at 00:25
    Permalink

    Dit te lezen brengt mij veel levensgeluk. Ik beleef het net zo. Veel Dank!

  • 11 September, 2017 at 18:46
    Permalink

    Mooi!

    Wie zijn de levende doden en wie de dode levenden?
    Waar zijn de grenzen, ik ken ze niet.

    Mooie beeldspraak.
    Mooi lettertype van de ‘dode, overleden’ schrijfmachine, toch levend in het doorgegeven woord.
    Dank voor de mooie tekst.

    Kittie

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *