De benen genomen

De benen waarmee ik
duizend bergen wilde beklimmen
en die me zouden dragen
naar de vrijheid
van de waterkant
waren nog voor hij naar de
kleuren van mijn vlag kon raden
door zijn kogel geraakt
en staan nu naast elkaar
in een ander land.

(ter gelegenheid van 67 jaar vrijheid)

Een raadsel

Vanochtend werd ik aan de voet van de Pyramide van Austerlitz, bij de entrée van het sportmedisch centrum van de KNVB, staande gehouden door een stem:

Wat gaat in de morgen op drie benen, ‘s middags  op vier en in de avond op twee?

Verwonderd keek ik op naar de vlag, van waar de KNVB-leeuw zijn tong naar me uitstak. Maar vlaggen spreken niet en tot opluchting van mijn nuchtere geest bemerkte ik een luidspreker bij de slagboom. Een vreemde vraag trouwens, die me enigszins bekend voorkomt, maar een antwoord kon ik zo gauw niet bedenken.

De fysio stelde voor om vandaag, na 6 weken één been te hebben ontzien, te starten met belasten van de knie, wat betekent dat ik ondersteund door beide krukken ook mijn rechterbeen mag gebruiken. Het is even wennen aan de beweging die gedurende dertig jaar zo vanzelfsprekend was, maar al gauw gaat het gemakkelijker. Vooralsnog verloopt de revalidatie na de ingreep optimaal: de knie doet geen pijn, is niet dik geweest en de bovenbeenspieren zijn nog redelijk in vorm. Al met al is dit een goede uitgangspositie voor de komende maanden en durf ik voorzichtig positief te zijn. In augustus hoop ik het lopen weer op te kunnen pakken, om dan in de loop van de tijd uit te vinden op welk niveau ik weer kan gaan sporten.

Op weg naar huis kwam de vraag weer naar boven toen ik de slagboom opnieuw passeerde. In gedachten verzonken begaf ik me met deze nieuwe manier van lopen naar de bushalte.

 

Belladonna

Daar lig je dan. De ruggenprik was in een oogwenk toegediend, het is nu wachten op het effect. Behalve een tinteling gebeurt er eigenlijk nog weinig. Wel voelen mijn benen vermoeid en zwaar, alsof de zwaartekracht is vertienvoudigd door een bijzonder natuurkundig fenomeen op schrikkeldag. De operatieassistente en anesthesist lijken niets door te hebben, maar iets gaat hier niet goed. Het is of een onzichtbare duivel mijn zondige onderlichaam rechtstreeks naar de hel probeert te sleuren. Ik verzet me uit alle macht, want zo gauw geef ik mijn ziel niet over. Plotseling verschijnt er in mijn gezichtsveld een voet die wel verdacht veel op de mijne lijkt. De operatieassistente, die de voet heeft opgetild, lacht me toe: ‘nee hoor, die is niet van jou. Ik zal de nagels lakken, dan heb je straks wat uit te leggen!’

Als ik me even later niet lekker voel, doordat de bloedvaten van het onderlichaam door de anesthesie uitzetten en daardoor de perifere weerstand van het vaatstelsel dusdanig verlagen dat mijn bloeddruk hard daalt, krijg ik een shotje atropine. Doping! Maar wat een heerlijk gevoel…

Atropine is een eeuwenoud middel, een extract uit de wolfskers (Atropa Belladonna), in het engels ‘deadly nightshade’. De huiveringwekkende Engelse en Nederlandse benamingen van de bes verwijzen naar haar giftigheid: er zijn maar een paar bessen nodig om een mens dodelijk te vergiftigen. Ook de benaming Atropa duidt op de dood. Atropos is namelijk één van de Griekse schikgodinnen, die met de schaar als attribuut de levensdraad van mensen doorknipt als het moment daartoe gekomen is. Maar in de geneeskunde is het juist een middel dat vaak levensreddend werkt, bij reanimaties en bij mensen zoals ik, die wel een boost kunnen gebruiken als de bloedcirculatie even niet effectief is.Cleopatra by Alexia Sinclair

Als een middel bijdraagt aan de schoonheid kan het voor dames niet te giftig zijn om te worden toegepast. Zo was Cleopatra één van de vrouwen die het gif van de plant in haar ogen toediende vanwege het pupilverwijdende effect, waar het nu overigens nog steeds voor wordt gebruikt. De benaming Belladonna (Italiaans voor ‘mooie vrouw’) verwijst naar deze eigenschap van het middel.

Genietend van mijn shotje atropine kijk ik, waarschijnlijk met wijde pupillen, op het televisiescherm mee met de kijkoperatie. Op de plek waar op de MRI botreactie was te zien is het kraakbeen zo zacht dat de orthopeed er met zijn haakje helemaal in kan duwen, alsof het wol is in plaats van kraakbeen. Dat duidt op osteochondritis dissecans: loslating van het kraakbeen. Het is niet bekend wat nu precies de oorzaak van deze aandoening is. Waarschijnlijk heeft het te maken met een lokaal doorbloedingsprobleem in combinatie met intensieve training. Maar voor de behandeling maakt dat weinig uit. Met een boortje van zo’n twee milimeter doorsnede worden er gaatjes in het kraakbeen en bot geboord. Hiermee wordt de doorbloeding gestimuleerd en zodoende het herstel bevorderd. Stamcellen moeten zich op de aangedane plek gaan vestigen en nieuw kraakbeen aanmaken.

Wat de revalidatie betreft is het nog een tijd geduld uitoefenen. De eerste zes weken mag ik de knie niet belasten en ga ik met krukken door het leven. Daarnaast breng ik uren per dag door met mijn been in de CPM, een apparaat dat mijn knie buigt en strekt om de beweeglijkheid in de knie te houden. Pas na een halfjaar mag ik mijn knie weer vol belasten, dus zal ik met hardlopen tot eind augustus moeten wachten. Dan zal ook duidelijk worden of ik het hardlopen weer echt kan gaan oppakken of dat ik mijn heil bij andere zaken moet gaan zoeken.  In de tussentijd kan ik met alternatieve training in elk geval mijn conditie op peil houden.

Kou is psychisch

Maar niet altijd. Zo was er een zomerdag dat ik in de Hoge Venen verdwaalde en door een stortbui werd overvallen. Onder een boom zocht ik beschutting, al knalde de bliksem door de lucht – door een merkwaardig toeval bleef er die middag slechts één beuk gespaard, juist die waaronder ik dekking had gezocht. Toch werkte de regen zich door het bladerdek heen en wist me in korte tijd te doorweken. Omdat het maar bleef gieten besloot ik mijn belabberde schuilplaats te verlaten, op zoek naar warmte. Maar, of het nu door de opgeraakte brandstof was of door de regen die me tot op het bot had verkleumd, mijn lichaam weigerde dienst. Met voeten als ijsklompen bewoog ik mijn lichaam als een mislukte marionet. Pas toen de zon weer wist door te breken begonnen mijn voeten te ontdooien, en op sterven na dood wist ik uiteindelijk Eupen te bereiken.

Nog een voorbeeld. Door de prehistorische ijskou die Fanndis de afgelopen week op Europa afstuurde, overleden honderden mensen. Daklozen, maar ook doodgewone mensen die in een sneeuwstorm verdwaalden en Italianen die in de wijngaard op zoek waren naar de eerste druiven van het nieuwe jaar. De kou dringt door de huid en grijpt met ijzige vingers om het hart, dat niet meer durft te kloppen, en doet het bloed daarbinnen stollen tot één dikke klomp rood ijs. Een psychotherapeut kan daar weinig tegen beginnen.

Maar in al die andere gevallen is kou een kwestie van inbeelding. Mensen slaan de gordijnen open,  bespeuren ijspegels aan de dakgoot of zien de stoep bedekt met een laagje sneeuw.  Nee, mensen houden de gordijnen gesloten en kijken naar het nieuws van zeven uur, zien de nieuwsman met zijn das om naar wolken met witte sterretjes wijzen. Dan maar een dagje ziekmelden, want het is koud. Bar koud.

Vorst. als het kwik daalt mag je jezelf verwennen. We verwennen onszelf door de kamer tot tropische temperaturen te verhitten. We pakken de auto naar de winkel om de hoek en slaan blikken met erwtensoep in. Vroeg in de avond duiken we het bed in, driedubbele dekens slaan we om ons heen. Chocolademelk met slagroom. Voor de hongerige dikkerdjes is de winter een mooi excuus om extra energie op te slaan. Energie die pas wordt verteerd als de dood, in de vorm van hongerige maden die ergens diep in de grond een eikenhouten kist leegeten, hen ontlast van de overtollige kilo’s. Zo voedt de winter het leven onder de grond – staan we ervan te kijken dat de aarde gestaag opwarmt?

Maar over opwarming zouden we het vandaag niet hebben, want het vriest. De echte Nederlander blijft binnen, slechts een handvol stoere mannen trekt naar buiten met ijzers onder de voeten. Want de ultieme hartverwarmende verwennerij voor het koukleumende volk is het gadeslaan van kou die de ander lijdt. De huiveringwekkende stilte waarmee een schaats het afgevroren oor van de ander doorklieft. Zo voelen we het liefst de kou, op de bank, verwarming op maximaal en een deken om je heengeslagen. De kou slaat namelijk van de televisie af. Kou is psychisch.

 

Toch nog onder het mes

Na bijna een jaar zal ik alsnog worden geopereerd aan mijn knie. Op 29 februari zal orthopeed Van den Hoeven via een kijkoperatie het bot opboren om de doorbloeding van het bot te stimuleren en zo het herstel te bevorderen.

Waarom nu pas? In de zomer leek het risico groot dat bij een dergelijke ingreep het kraakbeen ernstig beschadigd zou raken. In het najaar was ik een twijfelgeval: opereren of het natuurlijk herstel afwachten. Hoewel de klachten wel zijn afgenomen, ben ik nog behoorlijk beperkt in wandelen. Nu, bij de MRI van eind januari, blijkt dat het herstel langzamer gaat dan gehoopt. Tijd dus om toch de natuur een handje te helpen.

En na de operatie? De eerste 6 weken mag ik niet belasten en zal ik dus met krukken lopen. In de maanden daarna mag ik gedoseerd de belasting opvoeren maar tot 6 maanden na de operatie mag ik nog niet aan hardlopen denken. Hopelijk kan ik in september het lopen eindelijk weer oppakken.

 

 

L’Étranger

Voorbij de valleien van uitgedroogde rivieren, waar de ochtendzon de rode zandstenen rotswanden doet opvlammen en statige palmbomen de vreemdeling begeleiden, als ware het naar zijn laatste rustplaats. Voorbij duizenden meters klimmen, als liters zweet zijn verdampt die slechts een dun zoutlaagje op het lichaam achterlaten dat zich met het opwaaiend stof vermengt. Voorbij de tientallen geheimzinnige bochten waarmee de eindeloze weg zich over de Hoge Atlas uitstrekt, ligt een dorpje dat gedurende zes dagen wegdroomt bij het uitzicht over de vallei en de bergruggen die haar begrenzen, maar iedere donderdagochtend ontwaakt, als een hebdomadaire schizont, zodra de boeren naar de markt trekken om hun groenten aan te prijzen en nieuwtjes met elkaar uit te wisselen.

Immouzer is de eerste tussenstop voor de hardloper met zijn racefiets of, zo je wilt, de wielrenner in hardloperstenue, op één derde van de 180km die op het programma staat. Hier strekt hij even de benen en vult zijn bidon bij met cola. Niemand die zich iets van de vreemdeling aantrekt. Een boer drijft zijn geiten de auto in, waar ze blijkbaar op de achterbank mogen plaatsnemen. Boven op de auto wordt een stoel vastgebonden. De bakker pakt tien platte, ronde broden in voor zijn klant. Een kat wrijft zijn lichaam tegen mijn been, zoals katten overal ter wereld doen. Aan de straatkant blijft een hond lui in de zon liggen. Nadat ik op de markt een kopje mierzoete muntthee heb gedronken wordt me in een mengelmoes van Berbers, Frans en gebarentaal te verstaan gegeven dat ik hiervoor twee dirham dien te overleggen.

Hoewel ik af en toe onderweg door kinderen, motorrijders en geitenhoeders word aangemoedigd als ik in mijn pedalen staand het gevecht met de taaie bergen aanga, heb ik in Marokko nooit het gevoel gekregen een bezienswaardigheid te zijn. De mensen groeten vriendelijk door de hand in de lucht te steken, maar nooit opdringerig of uitbundig als vaak ten zuiden van de Sahara. Als ik even stop om wat arbeiders, die op een vergeten plek in het woeste landschap aan de weg werken, te groeten, bieden ze me aan in hun maaltijd te delen. Gastvrijheid en respect zijn belangrijke waarden in de Islam.

Een week later ben ik weer terug in Nederland, waar alles wat van buiten komt verkeerd is. Politici laten zich in de vuilste bewoordingen over elkaar uit. In Amsterdam worden toeristen door haastige fietsers van de sokken gereden. In de polders, die in de stilte van een winterse zondagochtend zo onschuldig lijken, hangt men de vreemdeling het liefst aan de schandpaal. Met verhitte woorden probeert men er de winterse koude te bedwingen. Het lijkt erop dat bij velen het geloof in een God slechts heeft plaats gemaakt voor het geloof in de waan van de dag. In die waanzin is de vreemdeling geen gast maar een indringer.

The Waste Land – here is no water

Here is no water but only rock

Rock and no water and the sandy road

The road winding above among the mountains

Which are mountains of rock without water

If there were water we should stop and drink

Amongst the rock one cannot stop or think

Sweat is dry and feet are in the sand

If there were only water amongst the rock

Dead mountain mouth of carious teeth that cannot spit

Here one can neither stand not lie nor sit

There is not even silence in the mountains

But dry sterile thunder without rain

There is not even solitude in the mountains

But red sullen faces sneer and snarl

From doors of mudcracked houses

                           If there were water

And no rock

If there were rock

And also water

And water

A spring

A pool among the rock

If there were the sound of water only

Not the cicada

And dry grass singing

But sound of water over a rock

Where the hermit-thrush sings in the pine trees

Drip drop drip drop drop drop drop

But there is no water

Uit: The Waste Land (T.S. Eliot, 1922)
Foto’s: fietstraining Agadir, Marokko. Kerst 2011

Het Oordeel

Na ruim een halfjaar huiskameroverleg is de Commissie Gelijke Behandeling eruit: bij de Utrecht Marathon werd er verboden onderscheid gemaakt tussen buitenlanders en Nederlanders. In een persbericht valt te lezen dat de Nederlandse nummer één 10.100 euro won en de Keniaanse nummer twee met 80 euro naar huis kon gaan terwijl de Nederlandse nummer drie maar liefst 7.500 dukaten in zijn zak kon steken. Dat klinkt niet eerlijk, dus kan Jan met de pet op zijn vingers natellen dat er sprake was van discriminatie.

Maar wie het 8 pagina’s tellende oordeel van de commissie leest kan niet anders dan concluderen dat de commissie niet erg zorgvuldig heeft gewerkt: het document is een orgie van feiten en fouten. De lezer wordt al snel duidelijk dat de commissie niet begrijpt hoe het invitatie- en beloningsbeleid nu precies in elkaar steekt. Was die Keniaanse nummer twee nou wel of niet uitgenodigd? Ook wordt de gehele context van een Keniaanse overheersing van het hedendaagse hardlopen buiten beschouwing gelaten, terwijl die context toch essentieel is voor het beleid van deze marathon.

De grootste verwarring lijkt voort te komen uit een gebrek aan inzicht in het gangbare beloningssysteem in de hardloopwereld. Vrijwel iedere grote wedstrijd keert alleen prijzen uit aan gecontracteerde atleten. Dit systeem heeft ervoor gezorgd dat in de loop van de afgelopen twintig jaar steeds meer Kenianen de weg wisten te vinden naar de lucratieve Nederlandse wedstrijden. Mede hierdoor maakte het Oost-Afrikaanse hardlopen een revolutie door terwijl in het westen het niveau daalde tot een absoluut dieptepunt een kleine 10 jaar geleden.

Reden voor hardlooplievende organisaties om te onderzoeken wat er mis gaat. Gerard Nijboer, in 1980 nog winnaar van zilver op de Olympische Spelen, zou zich tegenwoordig nog maar ternauwernood kunnen kwalificeren voor deelname op het hoogste podium en zou nu ook niet meer dan een bijrol zou spelen op de achtergrond van het Afrikaans loopgeweld, dus ook weinig exposure voor geldschietende sponsoren.

Een andere factor is, hoe raar het ook klinkt, de economische afhankelijkheid van de Nederlanders. Hoewel het inkomen hier vele malen hoger ligt dan in Kenia en niemand van de honger omkomt, zijn de kosten voor basaal leven hoog. Voor minder dan 500 euro kun je nog geen kamer huren om in te wonen, zorgverzekering kost al meer dan 100 euro en ook de andere basale kosten zijn een veelvoud van die in Kenia. Het is voor een Nederlandse hardloper dus bijna ondoenlijk een bestaan op te bouwen als professioneel sporter, en dus besloot de organisatie van de Utrecht Marathon hier een creatieve oplossing op te verzinnen.

Hoewel de hardloopsport het toonbeeld van integratie is besluit de commissie gelijke behandeling de zaak te simplificeren tot het voorbeeld van de nummer 2, die níet gecontracteerd stond en waarschijnlijk afkwam op de alternatieve beloning die door een goedbedoelde actie van een Nederlandse zakenman in het vooruitzicht was gesteld. Helaas voor de goede man verloor hij de wedstrijd.

Om tot een goed begrip van de zaak te komen had de commissie goed gedaan twee zaken los van elkaar te onderzoeken: (1) in hoeverre is een marathonorganisatie verplicht tot het uitnodigen van buitenlandse atleten en (2) mogen gecontracteerde atleten anders worden beloond dan niet-gecontracteerde atleten? Ook had de commissie er goed aan gedaan zich in te lichten via onafhankelijke deskundigen, zoals de Nederlandse atletenmanagers van

Keniaanse hardlopers. Maar in plaats van gedegen onderzoek te doen komt de commissie liever met een stevige conclusie: verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit.

In haar oordeel stelt de commissie dat het doel, het stimuleren van de Nederlandse atletiek, legitiem was, het middel (verschil in beloning) echter buitenproportioneel. Als we dan toch de zaken uit elkaar halen dan kunnen we uit het oordeel lezen dat het niet verboden is slechts Nederlanders uit te nodigen, maar dat de beloning van genodigde lopers niet buitenproportioneel mag verschillen met dat van niet-genodigde lopers. Want, was de nummer twee een niet-genodigde Nederlander geweest in plaats van een Keniaan, dan had hij eveneens kunnen fluiten naar de hogere bonussen. Er kan in dit geval dus nooit sprake zijn van discriminatie op basis van ras of nationaliteit. Het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling kan regelrecht de prullenmand in

Weg met de Olympische Droom

Op 25 september liep Miranda Boonstra in Berlijn een waanzinnige marathon. Met een eindtijd van 2:29’23 schaarde ze zich onder een select gezelschap Nederlandse dames die ooit onder de twee-en-een-half uur liepen. Maar van de 5 namen die boven haar op de ranglijst allertijden pronken, is er slechts één ook in Nederland geboren: dat was Carla Beurskens.

Zes minuten na Miranda Boonstra finishte de Finse Leena Puotiniemi, die zich daarmee plaatste voor de Olympische Spelen, pardon, die zich daarmee wél plaatste voor de Olympische Spelen.

Een paar weken later liep Heleen Plaatzer in Amsterdam naar 2uur35. Na afloop van de wedstrijd werd ze door enkele buitenlandse dames gefeliciteerd met het behalen van de Olympische limiet. Welke limiet?! Hoewel het, gezien de concurrentie van Hilda Kibet, Lornah Kiplagat en Miranda Boonstra, voor Heleen Plaatzer weinig had uitgemaakt, had ze zonder het te beseffen de Olympische A-limiet gehaald, die in de meeste landen betekent dat de betreffende atleet zich mag opmaken voor de Olympische Spelen.

In Nederland gelden andere regels: NOC-NSF hanteert strengere eisen omdat ze van mening is dat Nederlanders voorin de wedstrijd horen te eindigen. Hoewel er vanuit de sport veel weerstand is tegen die strenge limieten, durft bijna geen sportbond hiertegen in actie te komen – gebrek aan visie of gebrek aan durf? Behalve dat de tennisbond om onduidelijke redenen een uitzonderingspositie heeft gekregen lijkt het tij niet te keren en is het vooralsnog wachten tot ‘gedupeerde’ atleten via de rechter deelname aan de Olympische Spelen afdwingen.

De les hieruit voor talentvolle atleten met een Olympische droom is simpel: met het verruilen van de Nederlandse voor een andere nationaliteit vergroot men de kans op deelname aan de Olympische Spelen aanzienlijk. Klinkt dat in eerste instantie misschien als een flauwe opmerking – denk er dan vanavond in bed nog eens over na. Wie zijn je voorgegaan? Lornah Kiplagat en Hilda Kibet bijvoorbeeld. Voor deze atletes was de beslissing te immigreren misschien op heel andere gronden genomen, het veranderen van nationaliteit deed hun geen kwaad. Waarom deze sporthelden niet als voorbeeld nemen? Topsport is niet alleen hard trainen, maar ook plannen en rationele keuzes maken.

De opties zijn legio: je kunt een Scandinavische nationaliteit aannemen, of als je de voorkeur geeft aan een Engelstalig land is Ierland misschien een optie. Verder zijn er binnen, maar ook buiten Europa vele mogelijkheden. Waarom niet voor een paar jaar naar het buitenland verhuizen? Behalve een buitenlands paspoort en het verwezenlijken van de Olympische droom ligt er een schat aan levenservaring op je te wachten. En met het aannemen van een andere sportnationaliteit hoef je de Nederlandse nationaliteit natuurlijk niet op te geven.

Alle talentvolle atleten met een Olympische droom, evenals hun coaches en begeleiders, wil ik daarom aanraden goed na te denken over de vraag of ons kikkerlandje wel de vruchtbare bodem kent die nodig is om de Olympische droom te verwezenlijken. Met andere woorden: wegwezen!